De vele gezichten van Ziggy M/The Many faces of Sieg Maandag

De vele gezichten van Ziggy M.

 

 

Gezichten, gezichten, gezichten:

 

In olieverf op linnen, op keramiek, in acryl op papier. Het is de rode draad door zijn hele oeuvre. Overal zijn ze aanwezig: de gezichten van Ziggy M. Sommige zijn melancholiek, sommige onschuldig, sommige fel, soms is het een schreeuw, sommige zijn heel teder en sensueel tegelijkertijd.

In de schaduw van het portret van zijn vrouw Karen, zie je zijn zelfportret. Niet expliciet geschilderd, maar het is er. Waarom in de schaduw? Al zijn gezichten roepen dit soort vragen op. Zelf zegt hij ervan: ” Er is niets anders om uit te beelden. Ik zie ze als een reflectie van mijn eigen gezicht. Misschien is het een constant zoeken naar mezelf. Vanuit de menigte in een stad komen gezichten op me af.”

Hij schildert primitief. Als in één beweging zet hij de lijnen neer. De bewogenheid van zijn coloriet en het primitieve in zijn gezichten doen even denken aan CoBrA, maar al snel zie je dat het zijn eigen beeldtaal is. In de grote verzameling van ‘ismen’, die de schilderkunst van de twintigste eeuw kenmerkt, benadert het werk van Ziggy M nog het meest het expressionisme.

 

Professioneel debuut:

 

De professionele schildersloopbaan van Simon Maandag, zoals zijn officiële naam luidt, begon pas in de jaren zeventig, zo tussen 35ste en 40ste jaar. Een moment waarop hij een succesvolle loopbaan als kledingontwerper en koopman vaarwel zei en op reis ging, om zijn eigen Ik te vinden. “Als kind had ik al de onbedwingbare behoefte om te tekenen en te schilderen. Misschien is het wel een onbewuste ontkenning van mezelf geweest om andere beroepen te kiezen. Mijn carrière, voordat ik begon te schilderen, was dan ook een onrustige: van diamantair tot kledingontwerper en koopman. Wel altijd in de marge van het creatieve. Maar naarmate ik mezelf heb gevonden en weet wie ik ben, kan ik nu gewoon schilderen. Misschien, en dat hoop ik toch, is dat zoeken naar gezichten in de menigte, een zoeken naar mijn oorspronkelijke gezicht, mijn oergezicht, mijn gezicht als jongen.”

Het werk van Ziggy M is in grote lijnen te verdelen in twee fasen. De periode van 1977 tot 1989 is het meest gevarieerd. Hij experimenteert in het zoeken naar een eigen stijl. Soms schildert hij een dier, zoals een hond die ook op een paard lijkt of een koe. In deze periode tonen de gezichten een navrant beeld, als een continue reflectie op zijn persoonlijkheid. Het zijn doeken die niet nalaten grote indruk te maken. Gedurende deze periode maakt hij diverse uitstapjes naar andere stijlen, zoals de surrealistische, waarin je kunt zien dat de autodidact zich ontwikkeld heeft tot een volleerd schilder. Ondanks de rust die hij zegt gevonden te hebben, wisselen cynische humor, stilte en ontroering elkaar af in zijn oeuvre.

De tweede fase zou je zijn ‘keramische periode’ kunnen noemen. Het

gefascineerd zijn door klei, dat hij in diverse interviews uit die tijd de oermaterie van de wereld noemt . Hij schildert op borden, schalen en vazen in allerlei vormen en afmetingen. En weer komen de gezichten te voorschijn. Het is niet voor niets dat hij series maakt als ‘Koppen’ met diverse ondertitels. In deze tijd lijkt hij zichzelf onder te dompelen in het ‘oer’ van zijn wezen. Hij wil dieper en dieper en de gezichten krijgen steeds meer reliëf, driedimensionale gezichten door een gelaagde manier van werken.

In deze periode ontstond ook het project ‘Honderd Potjes’. éénpersoons theepotjes die hij beschildert met symbolische landschappen in een uitbundig coloriet en uiteraard, gezichten. In dezelfde tijd, in 1997, begon hij met zijn imaginaire landschappen. Miniatuur schilderijen in olieverf op linnen, waarin hij over de horizon van de realistische wereld lijkt te kijken naar zijn werkelijke wereld. ‘Z’n eigeste’ wereld, zoals hij dat als een ras Amsterdammer noemt.

Text Hanneke de Jong

                            The many faces of Ziggy M.

 

                              Faces, faces, faces:

In oil on canvas, on ceramics and in acrylic on paper. It is a major theme running throughout Ziggy M’s entire body of work . They are everywhere, the faces of Ziggy M. Some are melancholic, some innocent, some fiery and some scream at you while others manage to be very tender and sensual at the same time.

In the shadows of Karen’s portrait , his wife, you can see his self-portrait. Not painted explicitely, but it is there. Why is it there in the shadows? All his faces evoke such questions. To which he replies: ‘There isn’t anything else to paint but faces. I see them as a reflection of my own face. Perhaps it is a constant search for myself. Out of the crowds in a city, faces come at me and interact with my own.’

Ziggy M paints in a primitive style, setting down lines in one continuous movement. Mainly in bright colours or with punctuations of vivid colour on a light background. His emotionally charged palette and primitive faces recall the CoBrA artists, although one quickly realises that Ziggy M has his own language of form. In fact, from all ‘isms’ that have distinguished painting during the twentieth century, his work comes closest to Expressionism.

 

Professional debut:

 

Simon Maandag, his official name, began painting professionally in the Seventies at the age of 37. A time when he also bid farewell to a successful career as clothes designer and businessman in order to travel and search for ‘something more’.

‘As a child I always had an uncontrollable urge to draw and paint. Maybe it was a subconscious denial to choose another profession. Before I began to paint I had a chequered career, going from a diamond polisher to clothes designer and businessman, though I was always on the creative fringes. Now I can just paint. Perhaps, and I hope this is the case, that the search for faces among the crowd is a search for my original face. My authentic face, my face as a boy.’

Ziggy M’s work can be broadly divided in two phases. The period between 1977 and 1989, when he was experimenting in search of an individual style, is the most varied one. Sometimes he painted an animal, a dog for instance, which could also be a horse or even a cow. The faces of this period are rendered in a captivating manner, a continual reflection of his own personality which does not fail to leave a deep impression. During the same period the artist also flirted with different styles: passing from Surrealism to Expressionism as seen in his later paintings. It is evident that this self-taught artist evolved into a technically proficient painter. Despite the peace he says he found, a number of these canvases emanate a restlessness that is seen throughout his ongoing creativity and which characterizes the main body of his work.

In his second phase – the ceramic phase – Ziggy M was captivated by clay. Which, as several interviews from the time testify, he described as ‘the primal material of the world’. He painted on all kind of plates, dishes and vases in various shapes and sizes. Once more the faces appeared. There was a good reason why he made a series entitled ‘Heads’, with various subtitles. At the time he appeared to be submerging into the primal core of his being. He wanted to go deeper and deeper and the faces became increasingly three-dimensional through his layered manner of working. In the same period  he started the project ‘One Hundred Pots’. Teapots which he decorated with symbolic landscapes in exuberant colours and of course, with faces. Around the same time, in 1997, he started painting imaginary landscapes on canvas. Miniature paintings in which he is looking beyond the horizon of the real world into his own actual one. His so called ‘inner world’ as he perceived it.

Translation: Lynn George